Hielprik

In Nederland krijgen in principe (tenzij de ouders hier bezwaar tegen maken) alle pasgeborenen tussen de 4e en 8e dag na hun geboorte de hielprik. Met de hielprik worden ze gescreend op een aantal zeldzame erfelijke ziekten, waaronder een ziekte van de schildklier, een ziekte van de bijnier, een vorm van bloedarmoede (sikkelcelziekte), taaislijmziekte (cystic fibrosis) en een aantal stofwisselingsziekten.

Bijna al deze ziekten zijn niet te genezen, maar wel te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen of een dieet. Een snelle opsporing kan dan ook ernstige schade aan zowel de lichamelijke als de geestelijke ontwikkeling van de baby voorkomen of beperken.

De hielprik wordt gewoon thuis uitgevoerd, tenzij je wat langer in het ziekenhuis moet blijven. Na de hielprik wordt het bloed naar het laboratorium gestuurd, en wanneer je binnen vier weken niets hoort betekent dit dat de uitslag in orde is. Als er wel iets afwijkends wordt gevonden, neemt de huisarts contact met jullie op. Soms moet de hielprik herhaald worden, als bijvoorbeeld de uitslag niet helemaal duidelijk is, en soms is er vervolgonderzoek nodig.

Tijdens de zwangerschap zul je van ons een folder krijgen over de hielprik screening. Mocht je meer informatie willen, dan kun je hier klikken.